← Terug naar overzicht

Inleiding – Luchtruimbeperkingen

In Europa is het luchtruim verdeeld in verschillende zones met elk hun eigen regels. Als dronepiloot moet je altijd controleren waar je mag vliegen.

Luchtruimbeperkingen zijn bedoeld om botsingen te voorkomen en de veiligheid van bemande luchtvaart te waarborgen.

Je bent verplicht om voor elke vlucht te controleren of er beperkingen gelden op jouw locatie.

Maximale hoogte en basisregels

In de Open categorie (A1/A3) mag je maximaal tot 120 meter boven de grond vliegen.

Je moet altijd binnen zicht (VLOS) blijven en voldoende afstand houden van mensen en objecten.

Het overschrijden van deze limieten kan leiden tot gevaarlijke situaties en is verboden.

Gecontroleerd luchtruim en vliegvelden

Rond vliegvelden bevindt zich gecontroleerd luchtruim (CTR). In deze gebieden gelden strenge regels of een vliegverbod voor drones.

Ook in de buurt van helipads moet je extra voorzichtig zijn.

Zonder toestemming vliegen in deze zones is meestal verboden.

Geografische zones en no-fly zones

Sommige gebieden zijn volledig verboden of beperkt voor drones, zoals militaire zones, natuurgebieden of stedelijke gebieden.

Deze zones worden ook wel geozones genoemd.

Je moet altijd controleren of jouw vlieggebied binnen een toegestane zone ligt.

Gebruik van drone apps en NOTAMs

Gebruik altijd een drone-app zoals GoDrone of Altitude Angel om actuele luchtruiminformatie te controleren.

NOTAMs (Notice to Airmen) geven tijdelijke beperkingen aan, bijvoorbeeld bij evenementen of noodgevallen.

Het is jouw verantwoordelijkheid om deze informatie te controleren vóór elke vlucht.